filosofisch dicht

  • Nieuwe serie gedichten 2015

     

     

    wat vooraf ging  zie de linken en hun linken, foto's later

     

    Het leven kort af

     

    Ik kan de tijd voelen krimpen

     

    Veel vervulling gehad

     

    Recht evenredig obstakels ook

     

    Best gedaan.

     

    Voor wat men heeft, gewerkt

     

    Nooit gestolen

     

    De ziel van eigen zijn

     

    En het zijn van anderen geraakt

     

    Heel veel bijna afgemaakt

     

    Wat rest is voor de volgenden

     

    Want het leven deint ook heel veel uit

     

    En toch, telkens weer, kort het af.

     

    In jeder frau

     

    Steckt genau

     

    Wie Sie auch ausseht,

     

    Geworden ist

     

    Ein teil des sorgsames Mädel

     

    Von daheh.

     

    Ze gaan, ze komen

     

    En bij leven, je beseft wel, eens voor of na jezelf

     

    Houdt hun lichaam op met zijn

     

    De meesten geloven ook wel dat

     

    Alles daarmee is gezegd en geschreven

     

    Dat ze niet meer of nauwelijks gaan verder leven

     

    Het is maar wat je gelooft dat je uiteindelijk steeds weer verder brengen of bevriezen zal.

     

    Aldus van op dit goddelijk balkon met zicht op Pécrot beschreven

     

    Via het ochtendkuieren van de 70 jarige bompa met 7 kleinkinderen beschreven

     

    Getekend door zijn militaire vader en kinderzorgen en andere

     

    Vermijdbare ook

     

    Gezegend door zijn Normandië

     

    Gegeseld door het stoffelijke soms, familie van familiebanden

     

    En te bang dat alles gestolen wordt of stopt

     

    Sint Joris Weert Chalet

     

    Donkere merel geelgebekt

     

    Fluit voor mij ook zijn lied

     

    Hoog op het topje van een dennenkunnen

     

    Herinnerd me aan de oorlog in Servenland

     

    Ook al weer destijds in de 90er jaren twintigste eeuw

     

    Altijd immer weer uitgelokt en bedwongen

     

    Eenieder volgt het draadje van zijn leven weer

     

    Van ’s morgens vroeg

     

    Maar zingen van in de ochtend

     

    Meestal zijn het de vogels wel, oef.

     

    Of zij aan mijn zij, goe voor ons bei

     

     

     

     

     

    Levenslang

     

    Speelt men dochter of zoon of o-ma o-pa, schoon kind

     

    Vaak teveel willen wie anderen willen dat je bent

     

    En je dan maar wegcijferen in die rol

     

    Vanwege de vorige domino’s

     

    Kan het vaak niet anders

     

    Toch hebben gedurfde eigen keuzes

     

    Een verfrissend affect effect

     

    Het ouderlijke bed

     

    Zus vervangen, was aan zee

     

    Oudje in bed, opvang nodig

     

    Haar echtelijke bed van weleer leeg

     

    Zij beneden in rust, altijd op de rug, immobiel

     

    Kan niet meer anders of verbeteren

     

    Totaal ineen gegroeid, ook van schrik

     

    Niet alleen van te veel te werken

     

    Van die granaatscherf ook, uit dat vliegtuig

     

    Van de genetica

     

    Beetje van alles en meer samen

     

    ’s Morgens een open venster, grijze lucht

     

    Horizontale lijn van de zift er voor

     

    Evenwijdig met het dak van de hangaar

     

    Dan naar mijn domeintje in de natuur

     

    Pracht, hoge bomen, water en stilte

     

    Cultuur en teruggetrokkenheid binnen

     

    Mooi om de dag mee te beginnen

     

    Ouder zijn ze geworden

     

    Mensen die je vroeger kende

     

    Zowel als de anderen, nieuwe er bij gekomen

     

    Is oud worden niet gewoon

     

    Jong proberen blijven

     

    Tegen de wetmatigheden van het zijn in

     

    En wat is jong blijven dan ?

     

    Je verzetten tegen niet geloven in het leven

     

    In de allesomvattende zin er van

     

    Geloven ook dat je

     

    Niet alleen op je allerlaatste dag

     

    Dat jong zijn gewoon meeneemt

     

    Samen met de intelligentie van het leven

     

    En de opgedane kennis en vrijheid-wijsheid

     

    En als ik dood zal zijn, zal ik vragen

     

    Zitten de duiven in de late herfst en winter

     

    Nog onder de zonnekanten van de kerktoren van Meldert St Hermelindis, naam van mijn meter ?

     

    Wordt de trap van de kerk van Gottechain nog onderhouden ?

     

     (of kunnen we al zonder ketenen ?)

     

    Valt het herfst namiddag licht nog zacht door de keukenramen van diegene die honing maakt en is de kleur van de honing nog dezelfde ?

     

    En is er toch niet weer een reden voor een naöorlogse ‘rue des déportés’ ?

     

    Is de jonge fietser op de steile heuvels uit bijna nimmer een dal een 2de Philip Gilbert geworden  ?

     

    Staat dat en dat huis er nog ?

     

    Of geniet ik van alle opgedane wijsheid en laat ik af en toe nog eens iets doorsijpelen op een manier die ik in dit leven soms wel begrijp ?

     

  • het leven kort af

  • Levenslang